Home · Gids · Passé composé
Voor leerlingen onderbouw/havo/vwo7 min lezen

Passé composé Frans uitleg

Passé composé is de meest gebruikte Franse verleden tijd. Maar de vorming maakt veel leerlingen radeloos: avoir of être? -e, -es, -s of -es achter het deelwoord? In dit artikel: alle regels op één plek, met geheugensteuntjes.

Te lang; niet gelezen

Passé composé = hulpwerkwoord (avoir of être) + voltooid deelwoord. Avoir bij verreweg de meeste werkwoorden. Être bij ~16 beweging-/verandering-werkwoorden (DR & MRS VANDERTRAMP) + alle reflexieve werkwoorden. Bij être stem je het deelwoord af op het onderwerp (-e, -s, -es).

De vorm

Passé composé bestaat uit twee delen:

  1. Hulpwerkwoord (avoir of être) in tegenwoordige tijd
  2. Voltooid deelwoord (participe passé)

Voorbeelden

Voltooid deelwoord vormen

Regelmatige werkwoorden

Drie categorieën:

Onregelmatige werkwoorden

Helaas: een hele lijst die je uit hoofd moet kennen. De belangrijkste:

Questr-flashcards heeft een starter-deck "Frans passé composé onregelmatig" met 20 belangrijkste — direct te kopiëren.

Avoir of être? — de grote vraag

De regel: avoir, behalve...

Verreweg de meeste werkwoorden gebruiken avoir. Slechts één groep gebruikt être:

1. De DR & MRS VANDERTRAMP-werkwoorden (être)

Een Engelse ezelsbruggetje voor de ~16 beweging- en verandering-werkwoorden die être nemen:

Veel docenten geven de Nederlandse variant: "OAGAVTBLZS" of het lijstje met allemaal werkwoorden van komen, gaan, vallen, blijven. Maakt niet uit welke je gebruikt; onthoud de groep.

2. Reflexieve werkwoorden (être)

Werkwoorden met se ervoor (zich wassen, zich aankleden, zich amuseren):

De congruentie-regel (être-werkwoorden)

Bij être-werkwoorden moet je het deelwoord aanpassen aan het onderwerp (geslacht en aantal):

Bij avoir-werkwoorden hoeft dit niet (bijna nooit) — uitzonderingen zijn er, maar voor middelbare-school basis: avoir = geen verandering.

Voorbeelden volledig

Een verhaaltje met passé composé:

Hier, je suis allée au cinéma. J'ai vu un film français. Après le film, j'ai mangé au restaurant avec mes amies. Nous avons parlé longtemps. Je suis rentrée à minuit. J'étais très fatiguée. (j'ai dormi tot 11 uur)

Let op:

Veelgemaakte fouten

Fout 1: avoir bij beweging-werkwoord

❌ "J'ai allé au cinéma."

✅ "Je suis allé(e) au cinéma." (aller = être)

Fout 2: vergeten congrueren bij vrouwelijk

❌ "Marie est arrivé."

✅ "Marie est arrivée." (vrouwelijk +e)

Fout 3: regelmatige uitgang bij onregelmatig

❌ "J'ai prendu" (van prendre)

✅ "J'ai pris." (onregelmatig)

Verschil met imparfait

Frans heeft TWEE verleden tijden die je vaak naast elkaar gebruikt:

Vuistregel: passé composé = "wat gebeurde er", imparfait = "hoe was de situatie eromheen".

Veelgestelde vragen

Hoe leer ik die DR & MRS VANDERTRAMP-werkwoorden snel?

Flashcards met spaced repetition. Geen lijstje memoriseren — actief overhoren met intervallen. Binnen 2 weken kennen.

Wanneer gebruik ik passé composé en wanneer past simple in Frans?

"Past simple" in het Frans heet passé simple en gebruik je vrijwel alleen in literatuur. In gesproken en gewone schrijftaal: passé composé is de norm.

Krijg ik aftrek voor verkeerde congruentie?

Bij examens: ja, het wordt strikt gerekend. In dagelijkse spreektaal hoor je 't verschil niet eens (bijna alle vrouwelijke vormen klinken hetzelfde als mannelijk). Voor schriftelijke toetsen wel goed leren.

Welke onregelmatige werkwoorden zijn het belangrijkst?

De ~20 die in de meeste teksten voorkomen: avoir, être, faire, aller, venir, voir, savoir, pouvoir, vouloir, prendre, mettre, écrire, lire, dire, boire, naître, mourir, partir, sortir, devoir.

Probeer Questr

Questr-flashcards heeft een starter-deck "Frans passé composé onregelmatig" — 20 belangrijkste werkwoorden klaar. Plus een deck "Frans grammatica essentials" met vervoegingen.

Probeer Questr gratis →

Lees verder

Woordjes lerenWat werkt voor moderne talen. Active recallOnthouden wat je leert. Flashcards slim gebruikenSpaced repetition uitleg.

Deze gids bevat algemene informatie ter ondersteuning van leerlingen, ouders en docenten. Het is geen vervanging voor medisch, psychologisch, juridisch of financieel advies. Bij gerichte zorg over de gezondheid of ontwikkeling van een leerling: raadpleeg een huisarts, schoolarts (GGD), schoolpsycholoog of mentor.